Kies je favoriete radiostation

Dossiers

Spreekbuis - 2003

Regionale omroepen Spreekbuis

Spreekbuis neemt een kijkje bij dertien regionale omroepen. Nederland heeft twaalf provincies en dertien regionale omroepen. Spreekbuis ging op bezoek bij een aantal regionale omroepen waaronder Omroep Zeeland, RTV Noord-Holland, Radio TV West, RTV Utrecht, RTV Drenthe, Omroep Flevoland, Omrop Fryslan en Omroep Gelderland.

Spreekbuis is een blad van de Nederlandse Omroep Stichting(NOS), Radio Nederland Wereldomroep (RNW) en de Omroep Sport- en Ontspanningsvereniging (OSO).

Omroep Gelderland

Regionale omroepen Spreekbuis

‘Je kunt wel zeuren om meer geld, maar maak jezelf eerst maar eens onmisbaar’

Twaalf provincies, dertien regionale omroepen. Ieder zijn eigen stijl, programma’s en plaats in de provincie. Ieder zijn eigen succesnummers, eigenaardigheden en toekomstdromen. Spreek’buis op bezoek in de regio. Als laatste in de serie: Radio en TV Gelderland, de omroep voor de grootste provincie.

Buschauffeurs in Arnhem krijgen opnieuw rijles. Waarom? Omdat het nieuwe busstation te krap is gebouwd en nu moeten de chauffeurs leren om korte bochten te maken. ‘Het is te absurd’, lacht eindredacteur Jos Meeuwsen van Radio Gelderland, ‘maar het is wel een leuk item voor in de nieuwsuitzending. Een aantal collega’s heeft een groot rijbewijs; misschien kan iemand van ons wel mee met zo’n chauffeur.’

Vogels
Met maar liefst vijf kantoren verspreid over de regio ‘covert’ Radio en TV Gelderland de grootste provincie van Nederland. De redacties in Arnhem, Apeldoorn, Nijmegen, Doetinchem en Tiel verzamelen het nieuws uit de omgeving en elke ochtend is er een telefonische vergadering waarin de nieuwsuitzendingen van die dag gezamenlijk worden ingevuld. Altijd wordt gezocht naar een juiste mix van onderwerpen, dus niet de hele uitzending over carnaval of over de Nijmeegse Wandelvierdaagse, maar ook aandacht voor andere onderwerpen, die interessant zijn voor mensen in bijvoorbeeld Harderwijk.

Zo gaat dat steeds bij de omroep: nieuws wordt ‘geregionaliseerd’, zodat alle onderwerpen interessant zijn voor iedereen die in de provincie woont, hoe groot Gelderland ook is. Hoofdredacteur Jos Campman legt uit hoe dat regionaliseren in zijn werk gaat: ‘Lokaal nieuws trek je groter naar regionaal niveau, terwijl je landelijk nieuws kleiner maakt: wat betekent dat nieuws voor de inwoners van onze provincie. Daarbij selecteren we op aandachtsgebieden waarvan we denken dat die grote groepen luisteraars en kijkers raken. Zo is er het criterium ‘je portemonnee’, waarbij we de vraag stellen of je waar voor je geld krijgt. Verder kijken we of nieuws de gezondheid van mensen raakt. We selecteren ook op ‘jeugd en opvoeding’, want ouders - onze luisteraars en kijkers - weten vaak niet wat er met hun kind gebeurt als het op school is, in de disco of op de hangplek. Andere criteria zijn het veiligheidsgevoel en de waarneembare leefomgeving van mensen.

Dat wat er veranderd langs de snelweg is daarbij interessanter dan de bloei van een zeldzaam bloemetje ver weg in het bos. Boerennieuws vinden we niet zo interessant. Inmiddels hebben we meer supermarktkassajuffrouwen dan boeren, dus richten we ons op dingen die iedereen tegenkomt. Als je in het voorjaar ‘s morgens wakker wordt van het gefluit van vogels, dan is dat aanleiding voor een item in ons natuurprogramma Buitengewoon waarin wordt verteld wat voor vogels dat dan zijn.’

Piek
Het is een formule die duidelijk werkt: Radio en TV Gelderland is de best beluisterde radiozender van de regio met 450.000 luisteraars per dag en de televisieuitzendingen trekken steeds meer kijkers (gemiddeld 350.000 per dag). Campman is daar duidelijk trots op. ‘Je kunt wel zeuren om meer geld, maar je moet eerst maar bewijzen dat je onmisbaar bent. En dat begint te lukken. Als er iets in de regio gebeurt, zie je een piek in de kijk- en luistercijfers bij de nieuwsuitzendingen: mensen verwachten dat je zo snel mogelijk het actuele regionieuws brengt en stemmen vanzelf op ons af. We hopen daarom op geld waardoor we makkelijker live kunnen uitzenden, en dat we er met een satellietwagen op uit kunnen.’

Meeuwsen blijft liever niet te lang stilstaan bij geldgebrek, want daar is nu eenmaal niets aan te doen. Op de redacties kiezen ze gewoon voor creatieve oplossingen: een tv-verslaggever meldt zich bijvoorbeeld even live in de radio-uitzending. En in plaats van dat een verslaggever een hele ochtend kwijt is aan reistijd voor een quootje, wordt dat telefonisch gehaald. Want die reistijd, dat is nog wel eens een probleem. ‘Je moet er toch rekening mee houden dat je drie kwartier tot een uur aan het reizen bent, niet alleen doordat de provincie zo groot is, maar ook omdat er veel wegen zijn waar je maar tachtig kilometer per uur mag rijden.’

Next door
Zouden die reistijden ook de reden zijn dat programmamaker en plaatselijke BN’er Angelique Kruger in haar nieuwe programma De bewoners van... tegenwoordig bij de mensen blijft overnachten? Nee, het past nu eenmaal bij het soort programma, waarin Kruger twee dagen meeloopt met een aantal mensen die bijvoorbeeld in een revalidatiecentrum verblijft, of in een internaat of blindeninstituut woont. ‘In het revalidatiecentrum volgde ik zes, wat oudere mensen en daarvan weet je: die hebben wat te vertellen’, vertelt ze. ‘Het mooiste was wanneer er geen cameraman in de buurt was, maar ik alleen met mijn DV-cameraatje met de mensen praatte en ze niet doorhadden dat we filmden.
Mensen vertellen dan gewoon hun levensverhaal, maar dat gebeurt me ook regelmatig als ik over straat loop, terwijl ik dan alleen maar even boodschappen wil halen. Ik voel me soms een halve maatschappelijk werker. Tegelijkertijd zou ik niet dit soort programma’s kunnen maken als mensen me niet zouden zien als the girl next door.’ [Annoesjka Brohm / Spreekbuis]

Omrop Fryslan

Regionale omroepen Spreekbuis


Kijken en luisteren naar Omrop Fryslan is een deel van de cultuur

Twaalf provincies, dertien regionale omroepen. Ieder zijn eigen stijl, programma’s en plaats in de provincie. Ieder zijn eigen succesnummers, eigenaardigheden en toekomstdromen. Spreek’buis op bezoek in de regio. In dit nummer: Omrop Fryslan die, als het gaat vriezen, graag de schaatskoorts nog even hoger laat oplopen.

Op de radio wordt tijdens het programma De Middei (‘de middag’) een spelletje gespeeld: een luisteraar belt en moet twee minuten foutloos Fries tegen de presentator praten. De beller lukt het, de presentator maakt zelf een fout. De uitzending komt vanuit een tochtig bedrijvenpark in Leeuwarden waar het gebouw van Omrop Fryslan staat. Vroeger was het gebouw van de bibliotheekdienst, nu zijn de garages waarin de bibliobussen stonden omgebouwd tot studio’s en redactieruimtes. En daar is ook het kantoor van hoofdredacteur Hans Snijder.
De man die regelmatig wordt gebeld door kijkers en luisteraars als ze op- en aanmerkingen hebben op een van de uitzendingen. Al gaat het maar over de kleding van een presentator. Hij neemt het Omrop Fryslan-publiek serieus: ‘Omdat de mensen met hart en ziel verknocht zijn aan de provincie, zijn ze zeer betrokken bij alles wat er in Fryslan gebeurt. Kijken en luisteren naar Omrop Fryslan is een deel van de cultuur. Dat we goed bekeken en beluisterd worden is echt niet doordat we zo’n briljant format hebben, maar doordat we kwalitatief goede journalistieke programma’s maken. De kern van de televisieuitzendingen is nieuws, achtergrond en sport en dat wordt elke dag beter. Verder hebben we de varia, die je geur, kleur en uitstraling bepalen.’

Speureach
Naast varia, nieuws, achtergronden en sport brengt Omrop Fryslan ook schooltelevisie (skoalletelevyzje), als enige regionale omroep in Nederland. Als enige omroep in Europa hebben ze ook schoolradio. Skoalleradio-programmamaker Geartsje de Vries legt uit dat er ondanks televisie en internet toch behoefte was aan schoolradio, omdat die kinderen activeert om bewust te luisteren. Er zijn daarom schoolradioprogramma’s gericht op de diverse leeftijdsgroepen, zoals het programma Tsjam Speureach voor de negen en tienjarigen. Hierin speelt het jongetje Tsjam Speureach de hoofdrol in speurdersverhalen. De kinderen die goed luisteren kunnen de oplossing vinden van het raadsel dat Tsjam Speureach probeert op te lossen.
Voor kinderen van zes tot twaalf jaar is het muziekprogramma Swing. Hierin is elke maand een nieuw - Friestalig - liedje te horen, van eenvoudige tot Kinderen voor Kinderen-achtige liedjes. ‘Dat is een groot succes’, vertelt De Vries. ‘Aan het eind van het seizoen brengen we elke keer een cd uit met de twaalf liedjes uit Swing en is er een Songfestival waarin schoolkinderen de liedjes zingen. Omdat dat Songfestival elke keer succesvoller wordt - er zijn meer dan dertig scholen die zich aanmelden om mee te doen - zijn we van plan om er voor het eerst een programma aan te besteden, in plaats van dat het een itempje is in een van de nieuwsuitzendingen.’

Impuls
Het is een van de vele plannen die de omroep heeft. Adjunct-hoofdredacteur Rein Tolsma legt uit dat er genoeg plannen zijn, maar dat deze nog niet vast staan. ‘Grote veranderingen doen we sinds kort nu steeds per 1 januari, niet aan het begin van een winter- of zomerprogrammering, want die hebben we niet. Van nieuwe programma’s zijn er altijd tien afleveringen en als ze bevallen doen we er nog eens tien. Daardoor blijft het programma-aanbod afwisselend.’

‘Omdat je als regionale omroep heel dicht bij de mensen staat, moet je daarop inspelen. Tenslotte weet je wat je publiek belangrijk vindt. Wanneer het bijvoorbeeld flink gaat vriezen, dan doen we na het weerbericht een ijsagenda. Tenslotte willen de mensen toch weten waar de eerste tochten en wedstrijden op natuurijs gereden worden. Bovendien is het leuk om de schaatskoorts nog een extra impuls te geven - ook al hou ik zelf helemaal niet van schaatsen, haha.’

Anoniemer
Tolsma werkt inmiddels 25 jaar bij Omrop Fryslan. Toen de omroep nog maar een uur per dag uitzond, was hij radioverslaggever. Hij klom vervolgens op tot eindredacteur, later programmaleider en sinds kort is hij adjunct hoofdredacteur. Vele veranderingen maakte hij mee. Het valt hem op dat de omroep steeds professioneler is gaan werken. ‘Vroeger was bijvoorbeeld personeelszaken iets wat de directeur of de boekhouder er nog even bij deed. Nu moet je ervoor zorgen dat zaken als kinderopvang goed zijn geregeld. Ook op technisch niveau is alles professioneler geworden. De kwaliteit van de studio’s, om maar iets te noemen.

Wel heeft die professionalisering ervoor gezorgd dat we een anoniemer bedrijf zijn geworden. Wist vroeger iedereen binnen twee minuten dat er ergens een stagiair was, kan het nu gebeuren dat je je weken afvraagt wie dat nieuwe gezicht toch is. Dat komt doordat we allemaal op verschillende verdiepingen werken. En iedereen doet wat die moet doen. Vroeger sprong iedereen bij alles in en dat is nu minder, omdat mensen nu of bij de radio werken, of bij televisie.’

Was vroeger alles beter dan? Nee, dat zul je Tolsma niet horen zeggen. ‘Veranderingen als deze zijn onontkoombaar, want nu is het logistiek allemaal strak op elkaar afgestemd. Dat moet ook, want we hebben een pioniersfunctie binnen de provincie. Mensen verwachten dat je elk uur nieuws brengt, en dus moet je doen wat je belooft.’ [Annoesjka Brohm / Spreekbuis]

Omroep Flevoland

Regionale omroepen Spreekbuis

Twaalf provincies, dertien regionale omroepen. Ieder zijn eigen stijl, programma’s en plaats in de provincie. Ieder zijn eigen succesnummers, eigenaardigheden en toekomstdromen. Spreekbuis op bezoek in de regio. Deze keer: Omroep Flevoland, de jongste regionale omroep in de jongste provincie van Nederland.

In de speelgoedwinkel Intertoys in Almere Stad is een vrouw overvallen. De dader is voortvluchtig, het slachtoffer staat overstuur in de winkel en de politie is nog onderweg. Bij Omroep Flevoland scheurt het reportagebusje weg - nog net niet op twee wielen - de bocht door. Met een beetje geluk komt de Flevolandverslaggever vóór de politie aan, want liever een slachtoffer voor de camera dan een politiewoordvoerder.

Almere is een stad waar veel nieuws vandaan komt, vandaar dat de stad sinds 1 maart een eigen nieuwsbulletin heeft gekregen. Voorheen kwamen er van de zes nieuwsitems twee uit Almere, met als risico dat iemand uit Urk of de Noordoostpolder over de nieuwsuitzendingen van Omroep Flevoland zei dat het toch alleen maar nieuws uit Almere was. En dus maakt Omroep Flevoland nu twee verschillende nieuwsuitzendingen.

Hoek
Marian Slettenhaar, chef nieuwsdienst tv vertelt dat ze nu dubbel zoveel nieuws moeten brengen. 'Het is een uitdaging om beide uitzendingen te vullen, juist ook omdat we op een andere manier nieuws willen brengen: niet agendavolgend zijn.
Laatst hadden we in onze nieuwsuitzending een Almeers gezin dat uit huis geplaatst werd. Op zichzelf geen bijzonder nieuwsfeit, maar we besteedden er aandacht aan omdat de man van het gezin erg ziek was, Vervolgens liet het Leger des Heilsch weten dat het aantal uitzettingen de laatste tijd dramatisch is gegroeid. Aan het eind van de maand kwamen er naar aanleiding van onze uitzending vragen in de gemeenteraad en werd een wethouder aangevallen op het feit dat er te weinig geld was voor dak- en thuislozen. Dan heb je dus zelf het nieuws gemaakt en bepaald. Je weet wat er speelt en op die manier kun je echt nieuws van de hoek brengen.'

Chauvinistisch
Nieuws en informatie van de hoek. Dat moet meehelpen aan het ‘Flevoland-gevoel’. Programmaleider radio Gerard Hullegie vindt dat belangrijk: ‘We zijn nog een jonge provincie, met mensen die hier pas zijn komen wonen. Dat is een verschil met de andere provincies waar mensen al jaren op dezelfde plek wonen. Het gevoel begint in de Noordoostpolder te komen, maar in Almere komen er nog dagelijks nieuwe mensen bij. Ik vind dat Omroep Flevoland het bindmiddel van de provincie moet zijn: wij moeten alle mensen die hier zijn komen wonen, met elkaar verbinden. Daarom hebben we programma’s die het chauvinistische gevoel van ‘wij Flevolanders’ uitademen.’

Een van die typische Flevolandprogramma’s is het radioprogramma Struinen, dat gemaakt wordt door Gerard van Ommen. Hierin rijdt Van Ommen de provincie rond en als hij wat interessants ziet, stapt hij uit, en laat ondertussen de radiomicrofoon aan, zodat deze alles opneemt. ‘Soms loopt dat nergens op uit, maar ook dan heb je een reportage. Zo kwam ik eens op het Jachthondenland, een straat in Creil en daar belde ik bij mensen aan om te vragen of ze wisten waar die straatnaam vandaan kwam. Niemand wist het, maar ik had wel een leuke reportage. Later werd ik gebeld door iemand die de uitzending had gehoord en die wist waar die naam vandaan kwam. Bleek dat er eens twee graven waren die hun jachthonden lieten vechten om een stuk land en op dat verhaal was die straatnaam gebaseerd.’

‘Het zijn trouwens niet per se steeds leuke verhaaltjes’, vertelt Van Ommen. ‘Zo zag ik eens twee oudere mensen die op plastic klapstoeltjes van de eerste voorjaarszon aan het genieten waren. Op zich hadden we een leuk gesprek, maar al snel bleek dat ze beiden nogal bezig waren met de dood. Ze hadden alles al geregeld, euthanasie enzovoort, en toen kwam eruit dat ze wel klaar waren met het leven. Dat soort verhalen krijg je alleen als je oprecht geïnteresseerd bent in de mensen. Van anderen hoor ik dat mijn kracht mijn verbazing, mijn nieuwsgierigheid is. Maar voor mij is het natuurlijk, het is geen maniertje. Het is net zoals ik nu zou uitleggen dat ik van m’n vrouw houd, want op het moment dat ik dat uitleg, blijft er nog maar weinig van over.’

Die avond opent het nieuws op Omroep Flevoland met de overval in de Intertoys. Een jongedame was achter de dader aangerend, een andere klant had het slachtoffer gekalmeerd. Het slachtoffer zelf wilde niet geïnterviewd worden, maar ze hadden wel de arrestatie weten te filmen. ‘Een mooi item’, geniet Slettenhaar na. [Annoesjka Brohm / Spreekbuis]

RTV Drenthe

Regionale omroepen Spreekbuis

RTV Drenthe waar het nuchterheid troef is: ‘doe maar gewoon’.

‘Netmanagers? Die hebben we hier niet rondlopen, hoor!’ Bij RTV Drenthe houden ze niet van duurklinkende functies. Doe maar gewoon, zo is de instelling van de echte Drent. Tenslotte is de provincie maar een klein gebied, waar iedereen elkaar kent. En dus kun je maar beter niet met je hoofd boven het maaiveld uitsteken. ‘Drenthe is eigenlijk één groot dorp; je komt iedereen overal weer tegen in verschillende samenstellingen’, vertelt tv-verslaggever en radio/tv-presentator Marc Veeningen. ‘Alles en iedereen staat met elkaar in verbinding.

De ene keer praat je over de landbouw met iemand die op z’n trekker zit, de volgende keer dat je ‘m tegenkomt, blijkt hij in de gemeenteraad te zitten en een andere keer is ‘ie ook nog voorzitter van een club. Zo vroeg ik eens de pomphouder die ik ken omdat ik veel bij hem tank, mee te werken aan een rubriek in ons nieuwsprogramma. Daarin geven mensen hun mening over het nieuws. Laatst kwam ik hem weer tegen toen ik een reportage maakte, en toen bleek hij in het bestuur van de VVD te zitten. De VVD had hem naar aanleiding van dat nieuwsrubriekje gevraagd omdat hij wel goed gebekt leek.’

Dictee
RTV Drenthes hoofdredacteur Elibert Maathuis onderstreept het dorpse karakter van Drenthe. ‘Omdat iedereen elkaar kent, brengen wij, als regionale omroep, bij uitstek nieuws dat bijna letterlijk naast de deur gebeurt. Nieuws waarvan ze misschien bij Radio TV West zouden zeggen: ‘Wat moeten we daarmee’. Maar voor ons is alles nieuws. Een geboorte van een kalf bijvoorbeeld is al nieuws. Het gebeurt bij ons allemaal op een andere schaal.’

‘Overigens brengen we niet altijd alles in het Drents, want we merken dat niet iedereen meer Drents spreekt. Autochtone Drenten leren hun kinderen het vaak ook niet meer. Toch is daar wel een taak voor ons weggelegd, dus ontplooien we initiatieven om het Drents weer onder de aandacht te brengen. Afgelopen kerst hebben we daarom artiesten en componisten gevraagd om kerstmuziek te maken in het Drents en daar hebben we een tv-special van gemaakt. Verder hebben we jaarlijks het Drents dictee. We willen eraan meewerken dat de taal blijft hangen.’

Bevoorrecht
Maathuis voelt zich bevoorrecht dat hij bij de omroep mag werken. Hoewel geboren in Groningen, is hij opgegroeid in Drenthe. Later kampeerde hij elke zomer in de provincie en uiteindelijk besloot hij er naartoe te verhuizen. ‘Wat mij aan Drenthe bindt, trekt mij ook aan in RTV Drenthe’, zegt hij. ‘Ik voel me bevoorrecht omdat ik me kan bezighouden met de samenleving in Nederland. Dat is, afgerond, zestien miljoen mensen. Slechts een handjevol werkt bij de omroep, en dus ben je bevoorrecht. Bij een regionale omroep kun je je nog meer met de mensen bezighouden, omdat je tussen je publiek zit.’

Veeningen kan daarover meepraten. ‘Omdat mensen mij kennen van tv, word ik bijvoorbeeld als ik boodschappen aan het doen ben, aangesproken. Mensen zien me wel een beetje als publiek bezit. Tegelijkertijd werkt het ook vaak in mijn voordeel dat mensen me kennen, of denken te kennen. Ze zijn al vertrouwd met me, dus in een interview zijn ze geneigd nèt even wat meer te vertellen. Dat merk ik ook wanneer ik ’s avonds als presentator praat met de mensen die ik overdag als verslaggever ben tegengekomen. Je zit even wat prettiger tegenover elkaar. Die combinatie verslaggeving met presentatie is geweldig. Ik heb nooit met mijn hoofd op tv gewild, maar als afwisseling is het erg leuk. Als verslaggever krijg je een hoop voeling met de provincie en dat is, wanneer je presenteert weer handig.’

Knopen
Maathuis: ‘Onze nieuwspresentatoren werken voor zowel radio als tv, zodat de mensen vertrouwde gezichten en stemmen horen als ze het nieuws op de radio horen of op de televisie zien. Dat merk je ook aan de reacties van de mensen die je in de regio tegenkomt. Drie jaar geleden begonnen we met het programma Trektocht en vorig jaar merkte je aan de reacties dat de Drentenaren de presenatoren zagen als bekenden.’
Trektocht is een programma dat op locatie tijdens wandeltochten in Drenthe wordt gemaakt. ‘Dat heeft nogal eens wat voeten in de aarde’, vertelt Maathuis. ‘We zijn een erg groene provincie, dus straalverbindingen kunnen vaak niet, omdat hoge bomen de verbinding storen. Onze technici moeten dan erg creatief zijn. Gelukkig hebben we goede contacten met onze collega’s in de andere provincies, dus vaak maken we dan gebruik van een verbinding via bijvoorbeeld Groningen weer terug naar onze studio in Assen. En verder zijn onze reportagewagens standaard uitgerust met een ISDN-verbinding.’

En dan wordt Maathuis weggeroepen omdat er ‘een aantal knopen doorgehakt moeten worden’. Degene die Maathuis wegroept, verontschuldigt zich lachend: ‘Ik kan niets, dat laat ik allemaal aan hem over.’ Maathuis lacht en zegt nog terwijl hij wegloopt: ‘Ik kan óók niets, behalve knopen doorhakken.’
[Annoesjka Brohm / Spreekbuis]

RTV Utrecht

Regionale omroepen Spreekbuis

Dit keer: RTV Utrecht die sinds de fusie van november vorig jaar langzaamaan allerlei veranderingen doorvoert.

In het Utrechtse omroepgebouw van RTV Utrecht heerst opwinding: er zijn screentests voor het personeel en iedereen mag, voor de gein of serieus, meedoen. En dus lopen er halverwege de dag hier en daar iets te zwaar make-upte mensen rond, wat natuurlijk aanleiding geeft tot een plagerijtje: ‘Wat ben jij zwaar opgemaakt’ - terwijl de visagiste het meeste er alweer heeft afgehaald. Marc van Amstel, Hoofd Nieuwsredactie, volgt de screentests op de voet en geeft de kandidaten adviezen. Hij is tevreden: ‘Zoiets geeft een hele goede impuls binnen het bedrijf. En het leuke is, het blijkt dat we hier toch wel wat talenten hebben rondlopen.’

Hokje
In de villa in Zeist, waar de andere helft van RTV Utrecht huist, roemt radiopresentator Edwin Meerman de vrijheden binnen de omroep: ‘Als je een leuk plan hebt, wordt meteen gekeken of dat plan kan werken. Maar bovenal zit je niet vast in één hokje: je bent niet alleen presentator, je kunt ook méér zijn dan dat.’

Meerman heeft dat aan de lijve ondervonden. Was hij bij zijn vorige werkgever Radio 10 gewend om alleen maar plaatjes aan en af te kondigen, bij Radio M Utrecht heeft hij volgens eigen zeggen zijn journalistieke bagage ontwikkeld. ‘Als er iets in de regio gebeurt, bel je even live in de uitzending met een politiewoordvoerder of met een verslaggever die daar ter plaatse is. Sowieso praten we nu meer dan vroeger in de uitzending.’

Meer gesproken woord, zo is de wens van de nieuwe Algemeen Directeur Paul van der Lugt, voormalig zendercoördinator van 3FM. Wilde hij dat ze op 3FM minder ouwehoerden, op de radiozenders van RTV Utrecht moet meer gepraat worden. ‘Je moet de interesse van de mensen wekken’, zegt Van der Lugt. ‘Dat kun je alleen maar doen als je nieuws, verstrooiing, cultuur en informatie van en uit de regio brengt.’

Hij maakt er zich niet druk over om jongeren te bereiken: ‘De gemiddelde leeftijd van het luisterpubliek van Radio M Utrecht ligt rond de 42 jaar. Dat is prima, het is nog zelfs vrij jong. Over het algemeen gaan mensen zich namelijk pas voor hun woonomgeving interesseren als ze veertig-plus zijn en dan sluit een regionale radio daar zich mooi bij aan. Je moet je niet forceren om een jonger publiek te bereiken. Wel hebben we de muziekkeuze spannender gemaakt en hebben we de nieuwsitems aangepast zodat die dichter bij de luisteraars staan. Dat betekent dat we nu meer zoeken naar meningen en opvattingen van de luisteraars. Meer gesproken woord, dus, minder muziek.’

Rechttoe rechtaan
Van der Lugt is aangetrokken op het moment dat de fusie tussen Radio M met RTV Utrecht (waaronder Utrecht FM en TV Utrecht vielen) een feit was. Hij besloot veranderingen geleidelijk aan door te voeren. Immers, RTV Utrecht mocht haar vaste luisteraars en kijkers niet van zich vervreemden. En dus is zelfs weinig aan de naam van Radio M getornd: die heet nu Radio M Utrecht.

De eerste merkbare verandering op televisie was dat de voetbalwedstrijden van FC Utrecht tegenwoordig integraal worden uitgezonden. Ook passend bij het nieuwe RTV Utrecht is de komst van zanger/presentator Henk Westbroek. Voor de radio maakt Westbroek een programma waarin luisteraars kunnen bellen om bijvoorbeeld iets te vragen aan de bijzondere gast die in het programma zit. Voor de tv gaat Westbroek de provincie Utrecht in en bezoekt elke aflevering een ander dorp of stad in de regio. Naast straatinterviews gaat hij op zoek naar bijzondere evenementen of bezoekt hij spraakmakende mensen. Chriet Titulaer bijvoorbeeld, die in het Utrechtse dorp Houten blijkt te wonen. Van der Lugt: ‘Dat verraste mij ook, ik dacht dat die in Limburg woonde. Het goede van Westbroek is dat hij een bepaalde manier van doen heeft, waardoor hij net even andere antwoorden weet te krijgen, en dan heb je altijd een bijzonder verhaal, geen rechttoe rechtaan interview.’

Huwelijk
Sinds de fusie is er nog een andere grote verandering gekomen. Radio en televisie werken namelijk nu samen: op het gebied van verslaggeving bijvoorbeeld. Van der Lugt: ‘Verslaggevers worden efficiënt ingezet: zo nemen televisieverslaggevers ook iets op voor de radio en omgekeerd. Natuurlijk zullen er altijd wel mensen zijn die heel goed zijn met radio en minder goed met tv, maar in de regel moeten de verslaggevers voor zowel radio als tv inzetbaar zijn. Je krijgt ook andere verhalen als een radioverslaggever ook even een cameraatje meeneemt. Tenslotte krijg je van je geïnterviewde hele andere antwoorden dan wanneer je iemand zou confronteren met een hele cameraploeg.’

Daar stopt de samenwerking niet. Er is een Centrale Redactie die voor radio, televisie, internet en teletekst het nieuws gaart, selecteert en uitzendingen opzet voor radio en tv. Wim Kramer, hoofd van de Centrale Redactie, laat het uitzendschema van radio en televisie zien. Op sommige plekken wordt toch nog een televisieverslaggever meegestuurd als de locatie vraagt om een iets uitgebreider beeldverslag. ‘Het zal allemaal wel makkelijker gaan als we allemaal in één gebouw zitten’, zegt Kramer. ‘De meeste redacties zitten in Utrecht, terwijl wij hier in Zeist zitten. Als we in één gebouw zouden zitten, zijn de lijnen korter, de communicatie verloopt dan sneller omdat je dan even bij elkaar binnen loopt.’ Vindt Kramer het dan niet jammer dat ze dan weg moeten uit de mooie villa in Zeist? ‘Ach,’ zo luidt zijn nuchtere antwoord, ‘na een huwelijk moet je niet blijven wonen in het huis van je schoonouders.’
[Annoesjka Brohm / Spreekbuis]

Radio TV West

Regionale omroepen Spreekbuis

Je moet mensen een reden geven om naar jou te luisteren.
Deze keer: Radio TV West, die helemaal vol is van alle veranderingen die vanaf 31 maart in gaan. Het begon met een nieuw gebouw middenin een bedrijvenpark in Den Haag.

Toen kwam een nieuw logo, nu komt per 31 maart 2003 een nieuwe programmering en in de toekomst komt er ook een nieuwe radiofrequentie. Radio TV West staat aan de vooravond van vele veranderingen: op de radio gaat het accent liggen op nieuws en informatie, het televisienieuws wordt nog dynamischer met meer nieuwsitems en radio en televisie gaan meer samenwerken.

Motor
In de Jan des Bouvrie-kantine van Radio TV West praat netmanager radio Pedro van Looij enthousiast over alle veranderingen, want bij de radio gaat het roer totaal om. Tussen zes uur ‘s ochtends en zeven uur ‘s avonds wordt geen muziek meer gedraaid, maar is er alleen nieuws te horen. Het zwaartepunt daarbij ligt natuurlijk bij het regionieuws.

Van Looij gelooft heilig in de nieuwe formule: ‘Er zijn zóveel zenders, dat je mensen een reden moet geven om naar jou te luisteren. Dat lukt niet als je Radio 1 gaat spelen, want dan hebben mensen liever het echte ding. Dus brengen wij overdag steeds nieuws, zodat mensen in een half uur op de hoogte zijn van wat er in de regio en de rest van de wereld gebeurt.’

Daarvoor worden op dit moment nieuwslezers, presentatoren en verslaggevers getraind om straks met het nieuwe format om te gaan. Radio West gaat meer live, en kortere items maken. Waren er vroeger bijdragen van vier tot vijf minuten, vanaf 31 maart komen er items van maximaal twee minuten. Sommige verslaggevers gaan hun motorrijbewijs halen, zodat ze op de speciale Radio TV West-motor snel ter plaatse kunnen zijn, zonder in files vast te zitten.

‘We willen het geluid van de straat brengen’, vervolgt Van Looij, ‘en daarbij stellen we onszelf steeds de vraag: wat heeft de luisteraar hieraan?’ Daarin past ook dat het NOS Radionieuws niet meer te horen zal zijn op Radio West. Daarvoor in de plaats komen eigen bulletins met het belangrijkste nieuws uit de regio, binnen- en buitenland.

Samenwerking
Een andere verandering is dat radio en televisie meer gaan samenwerken. Er is een Central News Desk waar de bureauredacteuren van radio en televisie tegenover elkaar zitten en waar ook de internet- en teletekstredacteuren zitten. ‘Dat komt de effectiviteit ten goede’, zegt Edwin de Kort, eindredacteur van het televisienieuws. ‘Nu zal bijvoorbeeld een bedrijf maar één keer worden gebeld namens Radio TV West. We zoeken uitdrukkelijk naar de samenwerking, wat betekent dat een radioverslaggever ook voor televisie wordt ingezet en omgekeerd.’

Volgens De Kort gaat het heel goed met TV West - de kijkcijfers zijn goed - dus dat was niet de reden om te veranderen. Maar: ‘Het kan alleen altijd beter.’ En dus wordt het nieuws, dat nu een magazine-achtige vorm heeft van bijna een half uur, verkort tot vijftien minuten, met daarna een wisselend programma gericht op de actualiteit met bijvoorbeeld talkshows en spraakmakende reportages. De Kort voegt toe: ‘Wij zijn trouwens de enige regionale omroep die zeven dagen in de week nieuws brengt vanaf vijf uur in de middag. Om zes uur hebben we dan weer een nieuw bulletin en vanaf 31 maart om kwart over tien ‘s avonds is er een derde nieuwe nieuwsuitzending. We werken dus niet met een nieuwscarrousel die alleen om 18.00 uur wordt vernieuwd.’

Bomen
Belangrijk in het Radio TV West-nieuws, is dat niet steeds de gebeurtenissen op het Binnenhof worden gevolgd. De Kort: ‘Toen het kabinet viel, was dat niet ons enige nieuws, wij berichtten over de commotie die dat teweegbracht: dagjesmensen die massaal naar Den Haag gingen. Dan ben je tenminste ook interessant voor de mensen die buiten Den Haag wonen.’

De Kort heeft vroeger voor Omroep Zeeland gewerkt, waar je soms ‘van een mug een olifant moest maken’. Radio TV West is wat dat betreft totaal anders: ‘Wij hebben de luxe positie dat er altijd nieuws is. Er vallen regelmatig onderwerpen af omdat het te klein is. Wel blijven we oog houden voor kleine onderwerpen die iedereen aangrijpen. Hele oude bomen die gekapt moeten worden, bijvoorbeeld. Dan gaan wij met een gemeentearchivaris naar die plek toe en vragen hem wat die bomen allemaal hebben gezien. Dat soort grappige onderwerpen wisselen we af met het harde nieuws. Omdat we iets willen toevoegen aan het landelijke nieuws, zijn we steeds op zoek naar een iets ander verhaal.’

Het is een formule die werkt, zo blijkt uit de vele reacties van kijkers en luisteraars. ‘De mensen zijn erg betrokken bij de omroep’, vertelt coördinator communicatie Ineke Vanderveken. ‘We kregen tal van brieven toen Ben Zwaan, die stopte met de presentatie van het ochtendprogramma, wegging. Toen hij daarna opdook als verslaggever, kregen we brieven van mensen die opgelucht waren: gelukkig, hij is niet echt weg.’ Daarbij is de sociale functie van de omroep ook niet weg te cijferen: een vrouw belt op en vraagt: ‘Jullie weten zoveel, kennen jullie misschien ook een leuk Portugees restaurant?’
[Annoesjka Brohm / Spreekbuis]

RTV Noord-Holland

Regionale omroepen Spreekbuis

‘Radio mag soms behang zijn, maar het behangetje moet wel lekker klinken’. RTV Noord-Holland, die de goede buurman is voor alle Noord-Hollanders.


RTV Noord-Holland wordt geleid door drie oorspronkelijk uit Brabant afkomstige mannen: directeur Huub Elzerman, programmaleider tv Yvo Janssen en programmaleider radio John Jaspers. Betekent dat nog een verschil in leidinggeven? Jaspers denkt het niet: ‘Na twintig jaar in Amsterdam wonen voel je je meer een inwoner van die stad dan een Brabander. Eigenlijk word je als import op den duur een Amsterdammer in het kwadraat. Zo vind ik alles wat buiten de ringweg ligt soms al een hele onderneming.’

Verleden
Nu bevindt RTV Noord-Holland zich nog aan een pand aan de Sloterkade vlakbij het Hoofddorpplein met z’n vele winkels en eettentjes. In januari verhuizen ze naar een groter gebouw, meer buiten het centrum. Ze hoopten dat, wanneer de fusie met AT5 was rondgekomen, de beide omroepen een sterk mediabedrijf waren geworden. Maar AT5 blies de fusie eind vorig jaar af. Helaas, zo vinden de mensen van RTV Noord-Holland, maar ze blijven niet te lang in het verleden hangen.
Jaspers: ‘Zodra duidelijk was dat de fusie niet doorging, zijn we meteen gaan praten over hoe we ons radio en tv-bedrijf zo goed mogelijk konden laten samenwerken. Er zit nogal wat journalistieke kwaliteit bij ons en dat moeten we uitbuiten. Met het oog op de voor de deur staande verhuizing is het goed als we straks één planning-nieuwsredactie hebben voor radio en tv. Ook diverse deelredacties gaan intensiever samenwerken, zoals sport, cultuur en nieuws.’

Zappen
In de toekomst heeft TV Noord Holland ook in Amsterdam een eigen zender, nu nog deelt de omroep met AT5 een zender. TV Noord-Holland wil onderscheidend en aanvullend zijn op AT5 en daarom zijn er sinds 3 maart bij de omroep een aantal veranderingen gekomen. Zo is er op tv een nieuw presentatieteam en is de uitstraling van de zender anders.
Jansen: ‘In ons nieuwsbulletin hebben we nu een live-verbinding met onze studio in Alkmaar, waar onze Twan Huys in Alkmaar het laatste nieuws uit de kop van Noord-Holland vertelt. Verder hebben we voor het nieuws drie speerpunten geformuleerd: criminaliteit & veiligheid, werk & inkomen en politiek, met de link ‘wat betekent dat voor ons’.’

‘Verder zenden we tussen zeven en acht uur ‘s morgens en tussen twaalf en één radio op tv uit, dat je misschien het best kunt vergelijken met het beeld dat je bij StandPunt.nl (NCRV, red.) ziet: het beeld van de radiostudio met tekst van internet en teletekst. Dat is omdat we ons willen gaan profileren als de nieuwszender van de provincie.
Als er wat gebeurt, dan hebben we de mogelijkheid om snel op de zender in te breken, en over te gaan naar de tv-studio om van daaruit een live-uitzending te verzorgen.’ Jaspers: ‘Bij de radio gaat er niet zo heel veel veranderen. Twee jaar geleden hebben we een metamorfose ondergaan en je moet jezelf niet steeds veranderen.

Radio werkt anders dan televisie: luisteraars zappen niet, maar hebben twee of drie voorkeurszenders en je moet zorgen dat je daar tussen zit én dat je dat kunt vasthouden. Dus moet je weten wie die Noord-Hollander is, en wat iemand uit het Gooi, West Friesland en van de Amsterdamse grachtengordel interessant vindt om naar te luisteren. We hebben het tempo wat opgeschroefd, er zit een grote diversiteit aan onderwerpen in, en ook de muziek hebben we aangepast. Ik besef dat radio vaak behang is, maar dan moet je er wel voor zorgen dat dat behangetje lekker klinkt.’

Incestueus
Het ‘behang’ van dat moment is De Hulplijn, het programma van Hans van Willigenburg. Overigens is behang hier een term die niet van toepassing is, want het is duidelijk dat mensen aan de radio zijn gekluisterd. Het is ook een van de best beluisterde programma’s van de omroep.

In De Hulplijn brengt Van Willigenburg mensen met elkaar in contact die elkaar zijn kwijtgeraakt, of hij helpt iemand die op zoek is naar een boek waaruit hij vroeger toen hij klein was is voorgelezen. Nu is een vrouw in de uitzending die vertelt over haar vriendinnen elkaar vijf jaar geleden uit het oog zijn verloren.

De vrouw blijft maar praten, ook over de mannen van die vriendinnen, die ook weer met elkaar zijn verbonden, want de broer van de ene vriendin is getrouwd met de andere vriendin. ‘Wat een incestueus clubje’, grapt een redactrice in de regieruimte. Als de vrouw dan eindelijk is uitgepraat, wordt een plaatje gedraaid. Van Willigenburg kijkt door het glas van de studio verontschuldigend naar de redactrice die allang een plaatje had willen draaien. ‘Ze blééf maar praten!’

Het is belangrijk om mensen niet af te zeiken in een inbelprogramma, vindt Jaspers. En dat respect werkt, want mensen bellen graag naar De Hulplijn; het team dat telefoontjes aanneemt moest in korte tijd uitgroeien van twee naar vier mensen. Jaspers: ‘Als regionale omroep moet je een toegevoegde waarde leveren om ervoor te zorgen dat mensen naar jou luisteren en niet naar een landelijke omroep. Wij doen dat door de goede buurman te zijn van alle Noord-Hollanders.’

[Annoesjka Brohm / Spreekbuis]

Omroep Zeeland

Regionale omroepen Spreekbuis

Een kijkje bij de regionale omroep Zeeland ‘We worden gezien als een soort familie’

‘Achter de molen’, zo luidt de simpele routebeschrijving naar het gebouw van Omroep Zeeland. Het kan niet missen: achter de molen, middenin het Zeeuwse dorpje Oost-Souburg staat inderdaad een gebouw waar Omroep Zeeland-vlaggen wapperen. Kleine glas-in-lood raampjes verraden dat het gebouw vroeger een gemeentehuis was. In de trouwzaal op de eerste verdieping zit nu een grote radiostudio. Beneden zitten de redacties van radio en televisie, zoals die van actualiteiten, die in een kleine ruimte zit.

De redacteuren werken hier letterlijk schouder aan schouder, vandaar ook dat er wel eens hardop wordt gedroomd over een eigen mediaparkje, omdat het voormalig gemeentehuis uit z’n voegen begint te barsten. Tegelijkertijd heeft de krapte ook zo z’n voordelen. Omdat de eindredacteuren van actuele radio en televisie bijna bij elkaar op schoot zitten, houden ze elkaar vanzelf op de hoogte van het laatste regionieuws. Een van de eindredacteuren actuele radio is Véronique Roeg. Naast eindredactie doet ze ook verslaggeving en presentatie radio en soms tv. Ze is een plaatselijke beroemdheid, zo blijkt als ze de deur van het omroepgebouw opendoet voor een vrouw die een brief komt afgeven. ‘Ohh, u doet zèlf open’, stamelt die.

Gezelliger
Het is een drukke tijd voor de regionale omroep: de herdenking van de Watersnoodramp, de Provinciale Staten Verkiezingen, de ponten over de Westerschelde die uit de vaart worden gehaald, de opening van de Westerscheldetunnel... ‘De redacties zijn het niet gewend om het in de winter zo druk te hebben. ‘Normaal gebeurt hier niet zoveel,’ vertelt Roeg. ‘Dan moeten we van niets iets proberen te maken. Dat betekent dat je constant gedwongen wordt creatief te zijn. In de zomer gebeurt er meer dankzij het toerisme.’

‘Dat toerisme is ook meteen een nadeel: de wegen slibben dicht en dan kun je er een hele tijd over doen om van de ene kant van een eiland naar de andere kant te komen. Of, er gebeurt iets in Zeeuws-Vlaanderen. Dan moet een verslaggever met de pont altijd weer terug naar Schouwen, waar de studio zit. De radio heeft dan nog in Axel een hulpstudio waar gemonteerd kan worden, maar de televisie moet rekening houden met de vaartijden van de pont. Je zou bijna met helikopters moeten werken.’
En dan hebben we het nog niet eens over de verschillende soorten eilandbewoners. Zo zijn er mensen in de kleinere protestantse dorpen die - vanwege hun geloof - absoluut niet op tv willen. Mensen in Zeeuws-Vlaanderen zijn weer meer toeschietelijk, die komen vanzelf naar de verslaggever toe om mee te werken aan straatinterviews. Er wordt ook niet voor niets gezegd: ‘Een begrafenis in Zeeuws-Vlaanderen is gezelliger dan een bruiloft op Walcheren’.

Familie
Samen met Omroep Drenthe heeft Omroep Zeeland hoogste luisterdichtheid. En dat is te merken, vindt Roeg: ‘We worden gezien als een soort familie.’ En dat is ook duidelijk te horen in het reactieprogramma Zegt u ‘t maar. Hierin bellen luisteraars om live over van alles hun zegje te doen. Roeg: ‘Het is zo leuk dat iedereen op elkaar reageert. Belt er bijvoorbeeld één over hondenpoep voor de deur, gaat de hele uitzending over dat onderwerp.
En als iemand een lang boeiend verhaal heeft te vertellen, gaat de telefoon even niet: iedereen is dan aan het luisteren. Laatst viel op het moment dat de uitzending begon in heel Zeeland de straatverlichting uit. Iedereen die belde had hetzelfde verhaal: ‘hier is het ook donker’. Halverwege de uitzending was de storing van het energiebedrijf voorbij. Toen belde iedereen op dat ze weer licht hadden.’

Boven de sloot
Radiopresentator Bert van Leerdam is een bekend lid van de Omroep Zeeland-familie. Met zijn programma ‘n Uurtje Bert brengt hij mensen bij elkaar. Als je bijvoorbeeld een breinaald van 7,5 dikte nodig hebt, bel je naar Bert en hij brengt je in contact met iemand die zo’n breinaald heeft. Hij spreekt in een eigen soort tongval: een mengeling van alle Zeeuwse dialecten. Dat heeft als voordeel dat Zeeuwen die naar hem bellen onmiddellijk in hun eigen dialect gaan praten. Roeg praat niet in dialect. Sterker nog: de manier waarop ze praat komt aardig in de buurt van keurig ABN. ‘Als ik met Zeeuwen praat, hoor je vaak dat ze ook ABN proberen te praten omdat ze denken dat ik een juffer van boven de sloot ben. Naar mate ze zich meer op hun gemak voelen, komt dat dialect vanzelf naar boven’, lacht ze.
Ze kan de dialecten wel verstaan, ook al gebeurt het wel eens dat ze er niets van kan maken als ze Zegt u ‘t maar presenteert. ‘Ik wil wel eens met de mensen afspreken dat ze niet mogen bellen als ze hebben gedronken of hun gebit niet in hebben, haha.’ Roeg lost het vaak op door er zo nu en dan ‘een welgemeende hmhm’ tussendoor te gooien. ‘Je kunt het immers niet maken om ‘wat zegt u’ te zeggen. Je bent van Omroep Zeeland, dus hoor je alle dialecten te verstaan.’

[Annoesjka Brohm / Spreekbuis]