Kies je favoriete radiostation

Dossiers

In gesprek met: Hans Hogendoorn [RNW]

In gesprek met?

Hans Hogendoorn begon zijn carrière in de radiowereld bij de ziekenomroep. In 1971 kwam hij bij de zeezender Radio Noordzee Internationaal terecht. Op het schip 'MEBO II' begon Hans als nieuwslezer, onder de naam Hans ten Hooge. Een paar maanden na zijn debuut begon hij ook zelf programma’s te presenteren, waaronder 'Driemaster'. Na drie jaar bij Radio Noordzee had Hans het wel gezien op het schip.

Op datzelfde moment kreeg hij een aanbieding van het ANP om daar te komen werken. Omdat hij bij Radio Noordzee geen live-programma meer kon maken, besloot Hans daadwerkelijk aan de vaste wal te gaan werken in de Parkstraat in Den Haag.

Eind 1975 kwam Hans bij de NOS terecht. Daar begon hij steeds meer aankondigingen en spotjes in te spreken. Eerst waren dat alleen overzichten voor het sportprogramma 'Langs de Lijn'. Later kwamen daar ook vele andere programma's bij. Momenteel is Hans te horen in onder meer 'Langs de Lijn', "het Radio 1 Journaal", 'Met het Oog op Morgen' en 'Radio Tour de France', allemaal op Radio 1.
Ook voor diverse tv-programma's van de NOS verzorgt Hans de voice-over. Zo wordt zijn stem gebruikt bij het 'NOS Journaal' en 'Studio Sport'.

Sinds 1994 is Hans ook werkzaam bij de Wereldomroep. Daar leest hij nieuws en neemt bovendien de gehele vormgeving voor zijn rekening. Niet alleen spreekt Hans spotjes en aankondigingen in, hij schrijft ook teksten voor de presentatoren bij de Wereldomroep, en houdt er verder de dagelijkse continuïteit in de uitzendingen in de gaten.

Waarom ben je begonnen onder de naam Hans ten Hooge, want eigenlijk heet je Hans Hogendoorn?

Ach, bijnamen waren toen ook al in. Ik wilde iets dat ritmischer klonk dan mijn eigen naam, dus ik nam het tussenvoegsel van mijn moeders naam, en zette daar het eerste herkenbare stuk van mijn naam achter. Klaar. Maar wel met twee o’s, vanwege het onderscheid.

Drie jaar lang heb je bij Radio Noordzee gewerkt op de Mebo II. Hoe is die tijd je bevallen en zou je het nog eens over willen doen?

Tja. Veel mensen hebben het hun leven lang over hun militaire dienstplicht (voor de jongere kijkertjes: je had anderhalf jaar niks te vertellen, er werd voor je gedacht. In uniform). Maar dit was veel leuker. Dat weet je niet wanneer je er middenin zit. Want reken maar dat er werd gekankerd. Maar tegelijkertijd had je voortdurend voor ogen: “Ik had ook achter een loket kunnen zitten. Maar ik draai plaatjes, praat (soms) met beroemde artiesten, mag met bandjes knutselen, en probeer onderhoudend te zijn. En dat kan iedereen horen”.

Hoe heb je de aanslag op Mebo II (15 mei 1971) ervaren en hoe kijk je daar nu op terug?

Jarenlang is er weinig naar gevraagd, maar vond ik het niet bezwaarlijk, er af en toe over te vertellen. De laatste jaren willen steeds meer mensen dat verhaal horen. En vind ik het onderhand wel genoeg geweest. Maar vooruit, voor het archief nog een keer.
Het is me overkomen, als een soort bedrijfsongevalletje. Het was donker, we wisten dat er 40 ton gasolie in de tanks zat, en konden ons niet voorstellen dat er op zaterdagavond nog mensen luisterden. Toen het vliegtuig van de Marine Luchtvaartdienst (een Elektra, geloof ik) na een half uurtje over kwam, begrepen we dat we de aandacht hadden getrokken, maar dan nog duurt wachten heel lang. Ook al is dat met een zwemvest om in de opblaasbare dinghy. Je wist dat het schip langzaam werd opgevreten door de vlammen.

We waren dus heel dankbaar dat de Volans kwam blussen. Er was koffie midden in de nacht, en om half drie kon de zender weer aan. We hadden er aan boord geen idee van dat aan de wal iedereen die nacht is blijven wachten op de terugkeer van de zender, compleet met heftige emoties toen het zover was.

Later hoor je dat er tijdens dat blussen nog stevig onderhandeld schijnt te zijn over de prijs, waarbij de kraan zelfs weer even dichtgedraaid werd.

Ik heb doorgewerkt, en om zeven uur die zondagmorgen kon ik de lucht in met een verhaal, en kon de kapitein de groeten doen aan het thuisfront.

Vond je het niet jammer dat je in 1974 wegging bij Radio Noordzee?

Ik vond het wel mooi, na drie jaar. Bovendien was mijn vader in januari overleden, en ik realiseerde me dat ik er niet genoeg bij was geweest.
Het telefoontje van het ANP kwam op het moment dat de motivatie voor het werk bij Noordzee niet op zijn hoogtepunt was. Ze vroegen me gewoon of ik belangstelling had voor de toentertijd razend populaire telefonische nieuwsdienst. Het leek me gewoon een logische en tijdige stap in mijn carrière, mede gezien de dreigende sluiting van de zenders.

Na een korte tijd bij het ANP stapte je over naar de NOS, waar je nog steeds werkzaam bent. Wat bevalt je zo goed aan de NOS?

Kijk, w t menigeen er in de loop der jaren ook op aan te merken heeft gehad, het is wel de grote en prestigieuze media-organisatie van Nederland. En omgekeerd waarderen zij het, dat mijn stem exclusief voor de publieke omroep beschikbaar is. Het is daar altijd prettig samenwerken, en mijn kleine talentje wordt gewaardeerd. Al meer dan 25 jaar!

Buiten is het …… graden, binnen zit …… Dat is wel je bekendste uitspraak. Veel Nederlanders zullen je aan deze uitspraak herkennen. Hoe is dat zo ontstaan?

In de eerste maanden van het programma was de tekst van de “Ghost Guide”, zoals bedenker Kees Buurman het noemde als volgt: “Dit is Met het Oog op Morgen, met de actualiteiten van radio en TV, Den Haag Vandaag, Onderwerp A, Onderwerp B, en Onderwerp C. Presentatie:”…

Daarop volgde de naam van de dag: Alice Oppenheim/ Peter Knegjens/ Han Mulder/ Klaas Samplonius/ Nico van Vliet. Vijf dagen in de week.
Ik denk dat al in het najaar van 1976 Kees Buurman zei: “We moeten iets hebben dat het contrast benadrukt van gezellig bij open haardvuur met een glas zitten napraten over de kille buitenwereld. Zoals in Amerika gebeurt met die buitentemperatuur”. Dan hoef je niet lang na te denken over de formule. Waarvan de houdbaarheidsdatum nog niet is verlopen.

Ik probeer wel eens tot me te laten doordringen dat we het hebben over een tijdsspanne van ruim een kwart eeuw. Ongelooflijk.

Tegenwoordig werk je veel achter de schermen bij de Wereldomroep, wat zijn daar precies je dagelijkse werkzaamheden?

Voor de Nederlandse uitzendingen houd ik de vormgeving op orde. De programmatunes, jingles, de promo’s. De komst van Dalet heeft dat enorm vereenvoudigd. In april gaan we nieuwe herkenningsmuziek gebruiken. Jeroen Kuitenbrouwer, ook bekend van alle tunes op Radio 1, heeft een fris en verrassend pakket gecomponeerd, dat de redactie met instemming heeft begroet.

Ook onze radiogids op Internet houd ik bij, met actuele programmagegevens en de halfjaarlijkse frequentiewijzigingen.

Verder werken we binnen de publieke omroep aan een uitspraak- en spellingsite. Een jaar geleden hebben de redacties van NOS-Journaal, NOS-Radionieuws, Wereldomroep-Bulletinredactie en NOVA al hun spellings- en uitspraaklijstjes naast elkaar gelegd, en in elkaar geschoven. Ook NOS-Online en Teletekst gaan nu meedoen aan die standaard. Academici en taalkundigen uit het hele Nederlandse taalgebied volgen belangstellend de verrichtingen van ons groepje, dat we wel eens “Gothenburg-beraad” noemen. Juist die naam, omdat mensen daar van alles van maken: Jeuteburg, Geuteborg, terwijl de juiste Zweedse uitspraak Jeuteburje schijnt te zijn. We hebben er gewoon een Nederlandse uitspraak voor, een “exoniem”, net als Parijs, Londen, Keulen en Leeuwarden.

Er zitten nu ruim 2000 “vreemde” namen in, die op termijn ook hoorbaar gemaakt zullen worden. En we gaan de database nog uitbreiden met een groot aantal andere zaken, vooral geografisch.

Je houdt je ook bezig met de coördinatie van de frequenties van de Wereldomroep. Elk jaar moeten de frequenties aangepast worden. Hoe gaat dat in z’n werk?

Een zendstation stuurt het radiosignaal onder een bepaalde hoek de lucht in. Op ongeveer 300 km boven het aardoppervlak bevindt zich een luchtlaag die onder invloed van zonnestraling wordt gevormd. Deze luchtlaag - de ionosfeer - heeft de eigenschap kortegolfsignalen terug te kaatsen naar de aarde. Hierdoor is de ontvangst van kortegolfuitzendingen, in tegenstelling tot de middengolf en FM, op zeer verre afstand mogelijk.

Je begrijpt dat de rol van de zon gevolgen heeft voor de verschillen in ontvangst gedurende het etmaal. Dat geldt nog sterker voor zomer en winter. Vandaar de halfjaarlijkse frequentiewisselingen, die gelden voor alle internationale radio-omroepen.

De echte technische coördinatie wordt gedaan door collega’s die jaarlijks op frequentieconferenties met andere internationale omroepen 2500 conflictpunten oplossen om zo ongestoord mogelijk te kunnen uitzenden.

Verder zijn er in de meeste ontvangstgebieden zogenoemde monitoren, die ontvangstbijzonderheden rapporteren. In sommige gevallen staan ter plaatse onbemande ontvangers, die via een telefoonverbinding hier beluisterd kunnen worden. Ook beoordelen mijn collega’s hier de ontvangstkwaliteit van andere omroepen uit bepaalde doelgebieden, om zo te horen hoe onze uitzendingen vanuit Flevoland in dat andere gebied kunnen klinken.

In Europa gebruiken we een aantal frequentiebanden om verschillende gebieden gelijktijdig te kunnen bereiken. De bekendste is in Centraal- en West-Europa de 49-meterband (5955 kHz) en ’s avonds 5835 kHz); iets verder weg, in Zuidwest- en Zuidoost-Europa komt de 31-mb (9895 kHz) goed door; In Zuid-Europa en Noord-Italië gebruiken we de 22-mb (13700 kHz). ’s Morgens wordt voor een uurtje een Russische zender gehuurd om via de 41-mb (7125 kHz) het gebied rond de Noordzee te bereiken.

Gebieden buiten Europa worden “bediend” op uiteenlopende frequenties. Dat gebeurt vanuit het zenderpark Flevoland, in combinatie met uitzendingen van de zenderparken van de Wereldomroep op Bonaire (voor Noord-, Midden- en oostelijk Zuid-Amerika, en richting Australië), en op Madagascar (voor Afrika, Indonesië en Australië). Ook worden Russische zenders in Siberië gehuurd om Azië te bereiken.

En jouw rol hierin?

Wanneer tweemaal per jaar, enkele weken vóórdat de klokken verzet worden, de definitieve frequenties bekend zijn, wordt de nieuwe Wereldomroep-Gids verstuurd naar de abonnees, en ga ik aan de slag met de audiopromotie en met de betrokken internetpagina’s.
Radiopromo’s dus, die met enige regelmaat vooral in de uitzendingen buiten Europa ingezet worden. Het is voor veel luisteraars de enige mogelijkheid om van de veranderingen op de hoogte te raken. Er zijn namelijk altijd wijzigingen t.o.v. een jaar eerder, het is een dynamisch wereldje.

Vervolgens moeten er zgn. call sheets worden gemaakt, vaste teksten die de omroepers kunnen gebruiken om luisteraars te wijzen op volgende uitzendingen en frequenties voor een bepaald gebied.

Dit gaat uiteraard op voor de Nederlandstalige programma’s. Er zijn ook veel uitzendingen in het Spaans – in veel Zuidamerikaanse gebieden is de Wereldomroep de enige nieuwsvoorziening op de radio; verder zenden we uit in het Engels, Portugees, Indonesische en Papiamento. Op sommige tijdstippen kunnen er wel vier of vijf verschillende nieuwsbulletins in de lucht zijn. Per etmaal zendt de Wereldomroep meer dan 60 programma-uren uit.

Veel van de mensen die destijds op een zeezender zaten, presenteren nog steeds regelmatig muziekprogramma’s, bijvoorbeeld op Radio 192. Heb jij niet de behoefte ooit weer muziekprogramma’s te maken, zoals je deed bij Radio Noordzee met bijvoorbeeld ‘Driemaster’?

Soms. Het is nog steeds leuk om anderen te laten horen wat je hebt ontdekt, welke achtergronden een stuk muziek kan hebben, of welke combinatie mooi klinkt. Maar die zendingsdrang wordt wel minder. Maar een keertje tussendoor, zoals in augustus 2002 op Radio 192, krijg ik wel een kleine kick als ik het weer net zo kan laten klinken als 30 jaar geleden!

Je hebt nogal een afkeer van programma’s die niet live zijn, maar van tevoren zijn opgenomen. Wat vind je ervan dat vooral commerciële zenders toch vaak met opgenomen programma’s werken?

Ik kan me de economische motieven heel goed voorstellen. Het station moet aanwezig zijn, hoewel er te weinig publiek is voor “dure” programmering.

Dat werd overigens in 1975 ook gedacht van Hilversum 2 tussen 23 en 24 uur. Maar Kees Buurman bedacht Met het Oog op Morgen en zette die argumentering voor gek.

Niettemin heeft sinds die tijd de TV de avond opgeslokt. In de donkere radionacht vormen het Theater van het Sentiment, Het Oog en Candlelight opvallende bakens. Met af en toe een vallende ster als Giel Beelen.

De rest is dan al gauw vulling, en dat kan je te vaak horen, met als gevolg een neerwaartse spiraal. Nog minder luisteraars, lijkt me.

Hoe zie je de toekomst van RNW. Gaan daar nog veel dingen veranderen?

In technische zin gaan we naar een helder beluisterbare AM-band. FM-mono-kwaliteit op zowel middengolf als korte golf, zonder fading. In Frankrijk en Duitsland zijn grote aantallen middengolfstations al volledig voorbereid op DRM, Digital Radio Mondiale. Het is vergelijkbaar met streaming audio op internet, waarmee je met behulp van speciale codecs in een relatief smalle frequentieband toch hoogwaardige audio kunt beluisteren. 10 kHz mono wordt de nieuwe standaard op een 10 kHz breed AM-kanaal, en in optimale omstandigheden stereo, ook voor korte golf. Men heeft in Zuid-Amerika in FM-monokwaliteit zitten luisteren naar radio-uitzendingen uit Europa. Zonder fading, zonder dat RealPlayer-achtige gelispel.

Er moeten nieuwe ontvangers voor op de markt komen, maar die zullen niet duurder zijn dan huidige toestellen in dezelfde prijsklassen. En in de overgangsperiode zal het digitale signaal op dezelfde draaggolf uitgezonden kunnen worden als de analoge Amplitude Modulatie (AM). Nu al kan je met je computer gekoppeld aan een radio-ontvanger op gezette tijden het resultaat horen.

Wat is tot nu toe het hoogtepunt uit je radiocarrière?

Mijn nieuwste radiospot. En het moment dat Willem van Kooten vond dat ik de nieuwslezer was die hij zocht, in maart 1971.

Heb je nog ambities op radio- / mediagebied?

Ik heb altijd gepleit voor meer keuze op de radio, en in stilte gedroomd van een eigen station, zoals zo velen. Gelukkig hebben we nu behoorlijk wat keuze, kwantitatief. Jammer alleen dat ze overwegend op jacht zijn naar een Grote Gemene Deler, naar zoveel mogelijk luisteraars. Met een playlist die korter is dan een hoogzomerse minirok.

Afwijkende programmering is nog steeds een kwestie van een kwartiertje hier of een uurtje daar. Sommigen proberen het op internet, in streaming audio. Maar dan komt de Buma, en die wil veren plukken van een kikker, in plaats van te kijken naar de promotie voor de auteurs.

Zoiets programmeren kost trouwens veel tijd, dat doe je niet even als hobby. Dus dat blijft toekomstmuziek.

Heb je naast je radio en tv werk ook nog andere bezigheden en/of hobby’s?

Het heeft voor een deel met media te maken. Ik probeer kranten en tijdschriften een beetje bij te houden, en dat kan heel behoorlijk op de computer. Die ik ook voor andere zaken gebruik, het is geweldig om die technieken een beetje bij te houden. Oude opnamen digitaliseren, alles op één netwerk samenbrengen, er is nog genoeg te doen.
Los van de tuin, die ook regelmatig aandacht vraagt.
Maar wanneer ik met mijn dochters optrek, laat ik alles liggen en hoor hoe ze zelf met muziek bezig zijn, of verhalen schrijven op de computer.

Hans Hogendoorn

Gerelateerde Artikelen